 |
Als we als baby geboren worden zijn we helemaal onszelf. We lachen wanneer we willen, we huilen wanneer we willen, we worden boos wanneer we willen, we slapen wanneer we willen,we maken ons niet druk over ons dikke buikje. Na 1 tot 2 jaar krijgt de buitenwereld steeds meer greep op ons leven waardoor we een stuk van onze eigen identiteit verliezen. Het gevolg is dat we ons steeds meer aanpassen aan wat de buitenwereld van ons wil, van ons verwacht. Dit is een heel onnatuurlijk proces wat zich zeer geleidelijk ontwikkelt en waar we ons niet echt bewust van zijn. Uiteindelijk leidt het er toe dat de buitenwereld voor een groot deel de kwaliteit van ons leven bepaalt en dat we, op een uitzondering na, allemaal met een harnas rondlopen waarbij de bouten en moeren bij de een vaster zijn aangedraaid dan bij de ander.
Het feit dat we vaak te veel gefocust zijn op de buitenwereld en daardoor niet genoeg ruimte innemen voor onszelf werkt beklemmend. Door de hektiek van iedere dag hollen we maar door, staan te weinig stil bij onszelf en luisteren niet goed naar ons lichaam waardoor we een tekort aan fysieke en mentale energie krijgen . Wanneer we problemen of emoties wegstoppen of opkroppen ontstaan er blokkades in het lichaam die kunnen leiden tot lichamelijke of psychische klachten. |